Archives for category: Studies

Een Australische onderzoekgroep concludeerde in het British Medical Journal dat Kinderen die een CT-scan ondergingen 24% meer kans hebben op kanker. Elke bijkomende scan verhoogd het risico met 16%.

In België worden in bijna 10 jaar tijd 75% meer CT-scans uitgevoerd. Een verdubbeling van de kosten sinds 2003.

.

An Australian research group concluded in the British Medical Journal that children who underwent a CT-scan, are 24% more likely to have cancer.
Each additional scan increases the risk by 16%.

In Belgium, in 10 years 75% more CT-scans are performed. A doubling of costs since 2003.

.

Links:

Hoe we onszelf een gezwel scannen/Volksgezondheid grijpt in tegen Belgische scanverslaving. De Morgen, Sara Vandekerckhove: http://www.demorgen.be/dm/nl/993/Gezondheid/article/detail/1787719/2014/02/05/Volksgezondheid-grijpt-in-tegen-Belgische-scanverslaving.dhtml

British Medical Journal: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3660619/

 

Traduction Français en bas. / Please scroll down for English.

Uit een Australische studie gemaakt tussen 1990 en 2004 blijkt dat de voordelen van chemotherapie ons worden opgedrongen.

De auteurs van de studie -twee radiotherapeuten en een praktiserend oncoloog- concludeerde dat chemotherapie slechts een geringe bijdrage levert aan de overlevingskansen bij kanker.

Algemene overleving van kanker na allerlei behandelingen is ongeveer 63% . Op basis van de berekeningen in de studie is de bijdrage van chemotherapie aan overleving geschat op 2,3% in Australië en 2,1% in de Verenigde Staten.

Om de voortzetting van de financiering en beschikbaarheid van deze toxische geneesmiddelen te rechtvaardigen is een grondige evaluatie van de kosteneffectiviteit en de impact op de levenskwaliteit dringend gewenst, volgens de onderzoekers.

.
.
.
L’étude a été publiée par le journal Clinical Oncology et menée par trois fameux oncologues australiens, le Pr Graeme Morgan du Royal North Shore Hospital de Sydney, le Pr Robyn Ward de l’Université de New South Wales-St. Vincent’s Hospital et le Dr Michael Barton, membre de la Collaboration for Cancer Outcomes Research and Evaluation du Liverpool Health Service à Sydney.

Leur travail minutieux est basé sur l’analyse des résultats de toutes les études contrôlées en double aveugle menées en Australie et aux États-Unis, concernant la survie de 5 ans mise au crédit de la chimiothérapie chez les adultes durant la période de janvier 1990 à janvier 2004, soit un total de 72 964 patients en Australie et de 154 971 aux États-Unis, tous traités par chimiothérapie. Les auteurs ont délibérément opté pour une estimation optimiste des bénéfices, mais malgré cette précaution, leur publication prouve que la chimiothérapie ne contribue qu’à un peu plus de 2% à la survie des patients après 5 ans, soit 2,3% en Australie, et 2,1% aux États-Unis.

.
.
.
An Australian study suggests that the benefits of chemotherapy have been oversold. Overall cancer survival, following all kinds of treatment, is approximately 63%. Based on the calculations in the study the contribution of chemotherapy to adult survival from cancer was estimated to be 2.3% in Australia and 2.1% in the USA. The authors, two of whom are radiation oncologists, but one of whom is a practicing professor of medical oncology, concluded that ‘chemotherapy only makes a minor contribution to cancer survival’ and ‘to justify the continued funding and availability of drugs used in cytotoxic chemotherapy, a rigorous evaluation of the cost-effectiveness and impact on quality of life is urgently required’

Links:

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15630849

http://www.australianprescriber.com/magazine/29/1/2/3

http://lesmoutonsenrages.fr/2014/01/26/la-verite-tres-indesirable-sur-la-chimiotherapie/#more-57447

.
.

Na 7 jaar zijn de klinische studies aan de Universiteit van Alberta  over DCA bijna beëindigd. Waarschijnlijk volgt een publicatie van de resultaten de komende maanden.

.

Good news from the University of Alberta. After 7 years, clinical trials on DCA  are almost finished. Maybe results published next coming months.

http://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT00566410?term=DCA&rank=1

.

 

Traduction en cours / Translation in progress.

Het was ergens in 2007 toen er een gezwel verscheen op mijn schildklier. Eerst effe naar 1987. Ter behandeling van mijn Hodgkin lymfoom ben ik toen bestraald geweest op mijn borst, oksels en in de hals. Voor de bestraling in de hals werd er een masker met twee zijflappen gemaakt waarmee ik dan dagelijks op een bank werd vastgeschroefd om dezelfde positie te verzekeren. Op de hals van dit masker was een loden blokje bevestigd dat moest dienen ter bescherming van mijn schildklier. Het is geweten dat dit het meest gevoelige orgaan is aan radioactieve straling, daarvoor dus deze voorzorgsmaatregelen. Ik weet niet of er vandaag betere mogelijkheden bestaan om de schildklier te beschermen maar de bestralingen gebeuren zeker veel preciezer, waardoor het meebestralen van de schildklier beter kan vermeden worden.

Toen in 2007 een biopsie aantoonde dat het gezwel kwaadaardig was kwam het dus niet als een verrassing. Een ingreep was hoogst noodzakelijk werd me verteld. Mijn schildklier zou chirurgisch verwijderd worden, gevolgd door een therapie met radioactief jodium (RAI) om de resterende kankercellen te vernietigen. Achteraf zou levenslange, dagelijkse inname van tabletten schildklierhormoon, dienen ter vervanging van mijn schildklier. Omdat ik van het gezwel helemaal geen hinder had en vooral omdat mijn schildklier nog perfect werkte besloot ik om af te zien van deze ingreep en met opvolging af te wachten hoe het zou evolueren.

Alle middelen om me te overtuigen tot een ingreep werden bovengehaald. Mijn afwachtende houding werd omschreven als dat het de kans op genezing drastisch zou verkleinen. Als dat ik achteraf misschien niet meer zou kunnen geholpen worden.

Toen er enkele weken later een nieuwe biopsie gebeurde bleek het resultaat goedaardig. Ondertussen, bijna 7 jaar later, is het gezwel niets veranderd en werkt mijn schildklier nog steeds perfect. Schildklierkanker? Maligne? Benigne? Het lijkt soms een dunne lijn. Sinds in 2010 mijn non-Hodgkin lymfoom opdook speelt mijn schildklier nog maar een onbelangrijke bijrol. Een goede les in relativeren al zeker. Ook zeker is dat als ik de ingreep niet had geweigerd ik nu zonder schildklier door het leven ging en een flinke dosis ‘radioactiviteit’ rijker was. De vraag naar hoeveel patiënten er zo zinloos worden behandeld stelt zich zelf. Al lang is duidelijk dat ook borst- en prostaatkankers, zonder behandeling, vaak heel traag of niet evolueren. Veel mannen krijgen prostaatkankers zonder enig gevaar voor hun gezondheid. Vroegtijdige behandeling kan hier leiden tot impotentie en incontinentie, bij borstkankers zelfs tot borstamputaties.

Worden artsen tijdens hun opleiding dan vooral geconditioneerd om absoluut te zoeken naar een behandeling? En om het verkopen van deze behandeling? Beter lijkt om uit te zoeken of een bepaald stadium van een aandoening wel per se dient behandeld te worden.

Links:

Een recent rapport (First page preview) The Journal of the American Medical Association (JAMA): http://jama.jamanetwork.com/article.aspx?articleID=1722196

http://www.healthnewsreview.org/2013/07/cautions-on-cancer-screening-overdiagnosis-and-overtreatment/

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22472510

Zinloze behandeling bij prostaatkanker: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23609043

Traduction en cours / Translation in progress.

+

Eén van de grootste onderzoeken gedaan naar alle gepubliceerde klinische studies over chemotherapie is dat van de Duitse epidemioloog Dr. Ulrich Abel, verbonden aan de Universiteit van Heidelberg. Dit gebeurde in 1990 en was dan ook het eerste grote onderzoek in die richting. Van de latere onderzoeken over chemotherapie zijn er blijkbaar maar weinig die hoopvoller zijn. Vooral zeldzame kankers, zoals lymfomen, leukemiën, teelbalkanker, eierstokkanker en enkele anderen lijken de laatste jaren beter behandelbaar, vooral op jonge leeftijd.

Abel nam contact op met 350 medische centra met de vraag om hem alles toe te zenden wat ze ooit gepubliceerd hadden over de toepassing van chemotherapie. Hij analyseerde bovendien opnieuw duizenden studies en artikelen die gepubliceerd werden in de meest toonaangevende medische vakbladen. Het koste hem verschillende jaren om deze informatie te verzamelen en te analyseren. Zijn epidemiologische studie werd gepubliceerd in het blad The Lancet. Ook schreef hij een boek, Cytostatic Therapy of Advanced. Epithelial Tumors: A Critique .

Hij kwam tot de conclusie dat het totale, wereldwijde aantal positieve resultaten als gevolg van chemotherapie bedroevend was. Dit omdat er eenvoudigweg nergens wetenschappelijke bewijzen beschikbaar waren voor het feit dat chemotherapie erin slaagt om “het leven van patiënten met de meest voorkomende organische kankers op noemenswaardige wijze te verlengen”. Ook benadrukte hij dat chemotherapie er zelden in slaagt om de levenskwaliteit te verbeteren en beschrijft het als een wetenschappelijke kwelling. Hij stelt dat ten minste 80% van de chemotherapie die in de wereld wordt toegepast bij uitgezaaide orgaankankers geen enkel nut heeft.

Meer dan twintig jaar later is is er nog altijd geen verband tussen ‘response’ betekend het krimpen van de tumor, -wat de artsen zien als rechtvaardiging voor chemotherapie- en een langere levensduur aangetoond.

Links:

Artikel Der Spiegel 1990: http://www.encognitive.com/node/4361

Publicatie Pubmed: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1339108

 

Traduction en cours / Translation in progress.

Wetenschappers van het Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle, hebben in een recent onderzoek ontdekt dat gezonde cellen die beschadigd zijn door chemotherapie een eiwit genaamd WNT16B uitscheiden dat het overleven van de kankercel vergroot. “De stijging van WNT16B is geheel onverwacht “, aldus Peter Nelson, één van de onderzoekers.

Volgens dit schokkend onderzoek kan dus chemotherapie, lang beschouwd als de meest effectieve antikanker behandeling, in feite kanker verergeren, Deze uiterst agressieve therapie, die zonder onderscheid zowel kankercellen als gezonde cellen doodt, zou veroorzaken dat gezonde cellen een eiwit afscheiden dat de groei van de tumor en de weerstand tegen verdere behandeling ondersteunt.

De onderzoekers in Seattle maakte deze ontdekking toen ze zochten naar een verklaring waarom kankercellen zo resistent zijn in het menselijk lichaam terwijl ze gemakkelijk te doden zijn in het lab.

WNT16B, gaat een interactie aan met de nabijgelegen tumorcellen en zorgt ervoor dat ze groeien, aanvallen, en nog belangrijker, de volgende therapieën weerstaan “, zei Nelson. In behandeling van kanker reageren tumoren oorspronkelijk vaak goed, gevolgd door een snelle hergroei en dan weerstand tegen chemotherapie.

Links:

Een artikel over het onderzoek:  http://www.nydailynews.com/life-style/health/shock-study-chemotherapy-backfire-cancer-worse-triggering-tumor-growth-article-1.1129897

Publicatie Pubmed:  http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22863786

+

+