Traduction en cours / Translation in progress.

 

Cytostatica (chemotherapie) en ook radiotherapie is waarschijnlijk de reden van wat kanker in vergelijking met de meeste andere dodelijke ziektes zo akelig maakt. Deze verschrikkelijke ziekte heeft nu éénmaal een harde aanpak nodig, wordt ons nog altijd duidelijk gemaakt.

In 1946 wordt het allereerste chemotherapeuticum -Mustine/chloormethine- ontwikkeld uit mosterdgas, het gekende Yperiet. Als oorlogswapen heel efficiënt gebleken omdat het meer de bedoeling had om de tegenstanders op een gruwelijke manier uit te schakelen, dan om te doden.

Een amerikaans legerarts ontdekte bij met mosterdgas besmette patiënten dat hun celdeling gestopt was, en bedacht dat het kon gebruikt worden als behandeling voor bloedkankers. Deze groep van alkylerende cytostatica wordt nog steeds gebruikt. Ondertussen zijn er een honderdtal verschillende cytostatica in gebruik, 90% daarvan werden ontwikkeld voor 1970. De meeste nieuwe dure producten die nog steeds vandaag op de markt komen zijn dus enkel verfijnde versies van geneesmiddelen die hun slagen en falen al bewezen hebben. De patiënt is er maar weinig mee geholpen want tussen 1970 en begin jaren 90 is de kankersterfte gestegen met 5%, dit ondanks alle pogingen van de kwistige toedieningen met deze producten. Sinds de jaren 90 zijn er veel berichtgevingen die elkaar tegenspreken in verband met stijging en daling van kankersterfte.

Meer dan twintig jaar lang heb ik gedacht dat mijn chemo- en radiotherapie in 1987 ondanks de aangerichte schade zeker de moeite loonde om al die jaren kankervrij te blijven. De gevolgen waren nochtans niet van de poes, buiten mijn chemobrain is er nog onvruchtbaarheid, een maagbreuk met reflux, een verbrande slokdarm, beschadigde speekselklieren, slikproblemen, verharde en gekrompen aders en dat gezwel op mijn schildklier dat ooit kwaadaardig was. Ook werd een deel van mijn longen mee bestraald en kreeg ik jaren later een klaplong. Het vervelendste gevolg kwam dan in 2010 in de vorm van een non-Hogkin lymfoom. Nu was ik al die jaren op de hoogte van het risico voor een secundaire kanker, de andere gekende kanshebbers waren -en zijn nog steeds- leukemie en teelbalkanker.

Wil ik wel vermelden dat in 2010 mijn chemokuren veel menselijker verliepen dan in 1987. Vooral omdat de bijwerkingen, zoals de misselijkheid, vandaag veel beter kunnen onderdrukt worden. Zo wordt nu met een port-a-cath het gif rechtstreeks in het hart gespoten wat de aders spaart van vaatwandirritaties en verhardingen. Boosters, zoals corticosteroïden helpen je beter overeind blijven. Dit alles maakt dat de therapiën nu zeker gemakkelijker te doorstaan zijn, maar ze blijven wel even giftig.

Blijkt nu dat dit getransformeerd non-Hodgkin lymfoom, dat niet meer reageerde op chemokuren, wel goed reageert op een simpel en goedkoop geneesmiddel dat enkel de kankercellen vernietigd en mijn goede cellen ongemoeid laat. Ik moet het wel zelf bij een ‘betrouwbare’ bron kopen en me laten opvolgen door artsen die geen ervaring hebben met het product. Ik bevind me dus in de ideale situatie voor het ervaren van gezond wantrouwen. Ik ben dan ook lang niet de enige met goede resultaten. Is het echt zo dat het verkopen van deze dure geneesmiddelen met hun desastreuze gevolgen belangrijker is dan het genezen van de patiënt? Heel zeker is dat hoe langer ik nog zal overleven met een goede levenskwaliteit, hoe meer overtuigd ik zal zijn van de waanzin van de meeste conventionele kankertherapiën.

Advertenties